Shit! Dat wilde ík net zeggen (maar ik durfde niet…)

Dit is een artikel voor iedereen die zich geremd voelt om alles te zeggen en vragen tijdens een vergadering.

Ken je dat? Dat je in een vergadering zit en een vraag of opmerking hebt, maar dat je blokkeert? Je bent bang om iets stoms te vragen of zeggen. Vervolgens hoor je een ander jouw vraag stellen en de groep is hier heel positief over. “Getver!” denk je, “waarom zei ik nou niks!?”

Lelijke gedachten

De kans is groot dat je niks zei, door je gedachten.
Gedachten zoals: “dadelijk is het een domme vraag, en sta ik voor schut”. “dadelijk vinden ze het onzin en vegen ze het zo van tafel.” “dadelijk krijg ik een rood hoofd.” Enzovoorts..

Rationeel kun je best inzien dat je niet bang hoeft te zijn, maar… toch gebeurt het je steeds weer.

Er zijn 3 oefeningen die je hierbij helpen:

1. Voorbereiden

Als je van tevoren al weet wat je wilt inbrengen, bereid je dan voor.
Voorbereid zijn, zet je steviger in je schoenen.

– Wat wil je precies overbrengen?
– Welke vragen/reacties verwacht je?
– Kun je daar op antwoorden?
– Welke vragen kun je aan anderen stellen?

Het is sowieso een goede oefening om voor iedere vergadering minimaal 1 vraag of opmerking voor te bereiden, zo train je jezelf.

2. Flap-uit oefening

Soms helpt het mensen om gewoon eens te ervaren hoe erg het nu eigenlijk echt is, om iets doms te zeggen.

Vandaar dat voor hen deze oefening heel geschikt is: dwing jezelf alles te zeggen dat in je opkomt tijdens de volgende vergadering.
Als je uit je uit de reactie van andere merkt dat ze het niks vinden, dan spreek je ook dat uit.

3. Gedachten onder de loep

Last but not least: ga eens met jezelf in gesprek.
Welke gedachten spoken er door je hoofd?

– Zijn ze 100% waar? Zijn er uitzonderingen?
– Helpen de gedachten jou om assertief te zijn?
– Welke gedachte zou jou beter helpen?

Succes met bovenstaande oefeningen.
Zoals ik al zei: voor de een helpt de ene oefening meer en voor de ander de ander.
Probeer ze alledrie uit, totdat er eentje werkt.
Hartelijke groet,

Sandra Planjer